Het VDT heeft in de afgelopen twintig jaar meer dan zeventig lagere scholen gebouwd, vier internaten voor weesmeisjes waar middelbaar onderwijs wordt gegeven, tien dispensaries en twee polytechnische scholen. In deze periode werd duidelijk dat vooral de grote groep weesmeisjes in de middelbare school leeftijd erg kwetsbaar is. Vaak verguist, misbruikt, altijd teveel en ongewenst.
Gedurende de aanwezigheid van het VDT in Kenia zijn er diverse groepen kinderen op het pad gekomen die de aandacht meer dan nodig hadden. Zo is het project Gehandicapteninternaat, het Albinoproject en het project Jongensinternaat New Light ontstaan.
De organisatie, die op twee medewerkers in Kenia na, geheel uit vrijwilligers bestaat, streeft ernaar een optimaal rendement te halen uit sponsorgelden. De VDT-vrijwilligers zijn deels sponsoren, en deels mensen die de organisatie een warm hart toe dragen.
Door te veel Westers te denken en niet te onderzoeken waar werkelijk behoefte aan is, wordt er door vele ontwikkelingsorganisaties teveel geld verkeerd besteed. Het VDT is van mening dat door het geven van geld en goederen vaak het tegenovergestelde effect bereikt wordt, van wat de gever beoogt.
In alle gevallen van ontwikkelingshulp die het VDT geeft, zal er iets worden terug verwacht van de Kenianen; ‘Niets voor niets.’ Het woord “ontwikkelingssamenwerking” is dan ook meer van toepassing dan “ontwikkelingshulp”.